B'Rock in ijle sferen (****)
B'Rock rules in Brugge
Als we dan toch in rocktermen spreken: barokorkest B'Rock en altus Philippe Jaroussky zaten vrijdag met een reverb-probleem.
Alleen was het geen kwestie van even een knopje dichtdraaien: de prachtige Sint-Walburgakerk waarin het gezelschap optrad heeft een secondelange galm. Goed voor gedragen koor- of solozang, maar iets minder geschikt voor de frêle klanken van een zestienkoppig barokorkest en een hoge stem.
Dat ze het publiek toch op hun hand kregen dankten ze aan een groot professionalisme, maar ook aan hun bruisend-jeugdige aanpak.
B'Rock is een gloednieuw barokensemble met een dertigtal losvaste jonge leden dat meteen bij zijn eerste optreden, in september 2005 in de Bijloke, furore maakte. Ze spelen rechtstaand, zonder dirigent, en kiezen voor getrouwe en toch dynamische interpretaties van bekende en minder bekende barokmuziek, maar hebben ook hedendaagse stukken op het repertoire staan.
Vrijdag brachten ze van Scarlatti en Händel instrumentale muziek, maar ook castraat-aria's. Echte castrati zijn er vandaag niet meer -de tijd dat jongetjes omwille van hun stemgeluid naar hun familiejuwelen mochten fluiten is gelukkig voorbij -, maar een getrainde kopstem biedt een vrij getrouwe, mogelijk net iets minder krachtige benadering.
Door het galmprobleem was het even zoeken met de oren toen B'Rock vrijdag de eerste fijne vioolklanken van Scarlatti's 'Sinfonia il Giardino di Rose' aanzette, daarbij nog gestoord door klokgebeier van een concurrerende kerk. De keuze voor een interpretatie met veel dynamiek, het sterke punt van het orkest, dreigde hierdoor een zwakte te worden, maar de grote zuiverheid en transparantie maakten veel goed. Iets gelijkaardigs gebeurde met de eerste aria, 'Vago sei, volto amoroso' uit Scarlatti's opera 'Griselda'. Het was soms zoeken naar de stem, lage versieringen verdwenen in het niet of tussen de begeleiding. Orkest en solist hadden evenwel het probleem duidelijk gedetecteerd, en in 'Vorresti col tu pianto' was de balans beter en zette Jaroussky iets krachtiger aan. "Je wil medelijden uitlokken door je tranen, maar ik verkneukel me in je droefheid", luidt het hier, en het gelach in de versierde a's en i's rolde helder door de kerk.
Ook de volgende aria's bracht Jaroussky met veel expressie, zowel in de zang als in de mimiek. Het avondlijke 'Non disperi peregrino' (uit Händels 'Lotario') klonk mooi ingetogen, in 'Cara sposa' (uit 'Rinaldo' van Händel) werd de droefheid van de rouwende echtgenoot gesust door prachtig strelende violen, en de buitelende versieringen en hoge noten van 'Venti turbine' (uit 'Rinaldo') brachten - in elk geval mentaal - een kleine wervelwind teweeg in de vrij warme kerk.
Ook de twee instrumentale stukken van Händel (ouverture uit 'Lotario' en Concerto Grosso Op. 3 nr. 4) werden voortreffelijk gebracht, al leverde de galm soms wel eens een extra echo op de echo. Hoogtepunt was de gedurfd bruisende uitvoering van het allegro uit het Concerto Grosso, meeslepend en toch haarscherp. Het rockte als de beesten.
Twee encores (waaronder een iets minder gebalanceerde maar hevige herneming van 'Venti turbine') bewezen het, ondanks de ijle klank: B'Rock rules in Brugge.