Madrigalen van Monteverdi stemmen tot nadenken
De analyse die de regisseur Caroline Petrick maakt van Monteverdi's madrigaalkunst in relatie tot het toenmalige mensbeeld, is indrukwekkend. Uit de negen madrigaalboeken van de componist selecteerde ze een vijftiental fragmenten als ruggengraat van een intrigerende maar bevreemdende voorstelling.
Het begin was sterk: Monteverdi's muzikale zoektocht naar een adequate expressievorm voor individuele emoties vond zijn pendant in fotomateriaal en live beelden. De zes zangers maakten zich geleidelijk aan los uit een archetypisch tableau vivant, een vanitas-stilleven dat met zijn sterfelijkheidssymboliek op de achtergrond aanwezig bleef.
Terwijl de zangers een nieuwe pose aannamen, werden sterke clair-obscur portretten van hen geprojecteerd in nét iets andere houdingen. Beetje bij beetje voegde Caroline Petrick aan die straffe soberheid betekenislagen toe, als wou ze Monteverdi's prille barokke retoriek en versieringskunst ook in de dramaturgische opbouw vertalen.
Door de veelheid aan prikkels, schakelde je als toekijker automatisch je verstand in, in een poging om de symboliek te begrijpen. Maar in een voorstelling die was opgebouwd rond Monteverdi's sterk emotionele madrigaalkunst, bleek een analyserende luisterhouding weinig relevant. Uiteindelijk leidde de dramaturgie de aandacht af van de muziek, in plaats van ze te versterken (of, waarom niet, omgekeerd).
Gelet op de moeilijke omstandigheden waarin de zes zangers en de acht instrumentisten van B'Rock moesten spelen, mag het een wonder heten dat het muzikale aspect stond als een huis. Acht musici op één rechte rij laten spelen in ritmisch nooit evidente of rechtlijnige muziek als die van Monteverdi: het is om moeilijkheden vragen. De muzikanten misten niet alleen het broodnodige oogcontact met elkaar, niemand was in staat de leiding op zich te nemen.
B'Rock stond nochtans onder leiding van de gerenommerde Amerikaanse klavecinist Skip Sempé. Sempé mag dan al een begenadigd klavecinist zijn met een ritmisch soepel spel, als bezieler laat staan leider van een groep als B'Rock is het maar de vraag of hij veel tot het geheel bijdraagt.
Dan lukte het de luitist Wim Maeseele met zijn subtiele en intelligente continuospel veel beter om de broodnodige synchroniteit tussen spelers en zangers te creëren. Die zangers zongen meestal de pannen van het dak, met vooral ongelofelijk sterke mannenstemmen. De tenoren Stephan van Dyck en Tore Denys wisten zelfs geblinddoekt Monteverdi's bijna onmogelijke versieringen het hoofd te bieden.
Dat deze intrigerende voorstelling uiteindelijk een fragmentarische indruk naliet, hoeft geen groot nadeel te zijn. De thematiek van de confrontatie van de individuele mens met zijn lichamelijke verlangen kan onmogelijk op een allesomvattende wijze behandeld worden. Maar een fractie meer zelfcensuur, gekoppeld aan wat meer begrip voor de muzikanten, zou dit in aanzet sterk idee kunnen laten uitgroeien tot iets wat werkelijk beklijft.
17.04.2008
De Standaard
Diederik Verstraete